GO! Leereffect
05-06-2020 Val- en struikelincidenten Infra
Val- en struikelongevallen, hoe vaak gebeurt dat?

Val- en struikelincidenten zijn één van de meest voorkomende type incidenten binnen Heijmans. Sinds 2014 zijn er binnen Heijmans Infra maar liefst 69 val- en struikelongevallen gemeld waarbij er 45 hebben geleid tot verzuim. Binnen heel Heijmans zijn er in diezelfde periode 200 val- en struikelongevallen geweest, waarvan 125 hebben geleid tot verzuim. Het is dus belangrijk dat we bij alle projecten rekening houden met dit risico; de kans van optreden is groot en het effecten kunnen serieus zijn.

Gevolgen val- en struikelongevallen

Val en struikelincidenten leiden vaak tot een kneuzing, verstuiking of verrekking van de spieren en gewrichten in de enkels en knieën. Een val- en struikelincident leidt soms ook tot meer ernstige letsels: een botbreuk, een ontwrichting, een spierscheuring of een (snij)wond. Deze laatste categorie komt voor wanneer het slachtoffer tijdens de val terecht komt op losliggende of uitstekende objecten (zoals grondpinnen).

Sinds 2014 hebben val- en struikelongevallen binnen Infra gezorgd voor bijna 800 verzuimuren bij eigen medewerkers. Het aantal verloren uren van medewerkers van onderaannemers is niet bekend omdat Heijmans deze niet apart registreert.

Naast de directe gevolgen kunnen er ook lange termijn gevolgen zijn. Soms duurt het lang voordat klachten helemaal verdwijnen. Bijvoorbeeld bij een enkelverzwikking worden de spieren van de enkel opgerekt en waardoor ze tijdelijk minder stevig zijn geworden, waardoor de kans op een nieuwe verzwikking toeneemt. Ook wanneer een medewerker door blijft lopen met al bestaande knie of enkelklachten kunnen er op termijn meer ernstige overbelastingsklachten optreden, waardoor je ook in het verzuim kan komen.

Verdeling gevolgen val-en struikelincidenten (ongevallen met verzuim). Bron: Ires.
Oorzaken val- en struikelincidenten

 Val- en struikelincidenten hebben verschillende oorzaken, waarvan een belangrijk deel ook te maken heeft met houding en gedrag:

  • Het lopen op een ongelijkmatige ondergrond
    >> bijvoorbeeld werkzaamheden op en nabij taluds
  • Het lopen op een gladde of kleiige ondergrond
    >>kleigrond kan blijven vastzitten in het profiel van je schoenen of laarzen waardoor deze minder grip hebben
  • Een slechte orde en netheid op de bouwplaats
    >>struikelen over losliggende materialen of uit de bodem stekende delen
  • Niet de juiste schoenen of laarzen voor de werkzaamheden of  het type ondergrond
  • Slecht zicht op de bouwplaats
  • Onoplettendheid niet geconcentreerd werken
  • Niet bewust van (loop)omgeving
  • Kiezen voor de kortste in plaats van de veiligste looproute