Discussie > Bespreek het met je collega’s!

Ga met elkaar in gesprek over het volgende:

  1. Ik draag nooit een (sanerings)overall of handschoenen bij het verwijderen of wisselen van de filters.
  2. Ik spreek collega's aan als zij niet de juiste beschermingsmiddelen dragen.
06 Gevaarlijke stoffen - Organisme
 >  Verwijderen en wisselen filters van de overdrukinstallatie
Introductie

Deze Toolbox gaat over het verwijderen en/of wisselen van de filters uit de overdrukinstallatie (filteroverdruksysteem) en het wisselen van de luchtfilters van de motor. Een overdrukinstallatie met stof- en/of actieve koolfilters wordt gebruikt om de buitenlucht te filteren, voordat deze in de cabine van een graafmachine of vrachtwagen wordt geblazen. Hiermee wordt voorkomen dat de machinist wordt blootgesteld aan de gevaarlijke stoffen die in de verontreinigde bodem aanwezig kunnen zijn. Ook de luchtfilters van een motor kunnen verontreinigd raken met deze stoffen. Periodiek moeten deze filters veilig worden vervangen. Hoe je dat doet, lees je in deze Toolbox.

Risico's > Wat kan er gebeuren?

Blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen uit de verschillende filters van de overdrukinstallatie en/of de luchtfilters van de motor. Als gevolg hiervan kunnen op de korte en de lange termijn gezondheidsklachten ontstaan.

Gevaarlijke stoffen in filters
Bij het gebruik van de overdrukinstallatie met filters blijven gevaarlijke stoffen achter in deze filters. De goede werking van de filters neemt na een bepaalde tijd af omdat de filters verzadigd raken. Dit kan ervoor zorgen dat de machinist alsnog wordt blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Om die reden moeten de filters uit de filteroverdrukinstallatie regelmatig worden vervangen:

Stoffilters (P1, P3)

moeten worden vervangen bij:

  • zichtbaar sterke verontreinigingen
  • zichtbaar beschadigd
  • meer dan 6 maanden na datum van ingebruikname

Actiefkoolfilters (A, AX, B, E, K en HG of combifilters ABEK)

moeten worden vervangen bij:

  • enige doorslag of verzadiging van de actieve kool en/of;
  • wanneer het systeem in de cabine een signaal afgeeft (bij emissie, defecten of te lage overdruk) of;
  • wanneer deze langer dan 13 weken in gebruik zijn.
  • luchtfilters motor moeten worden vervangen bij:
  • zichtbaar sterke verontreinigingen

Gegevens over de filters (zoals type, datum ingebruikname) moeten door de DLP-er en machinist worden vastgelegd in een logboek en/of het kraanboek.

Tijdens het wisselen van deze filters kun je via de huid, de mond of via de lucht in contact komen met deze gevaarlijke stoffen. Door het volgen van de onderstaande stappen kun je dit voorkomen.



Maatregelen > Wat moet je doen?

Het vervangen van de filters

Het vervangen van de filters gebeurd op de sanerings- of projectlocatie zelf, buiten de verontreinigde zone. De (R-)DLP-er en machinist zijn ervoor verantwoordelijk dat dit tijdig gebeurd. Het kan daarnaast voorkomen, bijvoorbeeld bij onderhoud en storingen, dat de filters op een andere locatie (bijv. een werkplaats) moeten worden verwijderd of gewisseld. In beide gevallen en voor zowel de filters van de overdrukinstallatie als voor de luchtfilters van de motor moeten de volgende stappen worden genomen:

  1. Voorafgaand aan het vervangen van de filters moet het materieelstuk (incl. overdrukfilterinstallatie) aan de buitenkant worden gereinigd.
  2. Bij het verwijderen en/of wisselen van de filters zijn het dragen van een (sanerings)overall, handschoenen en adembescherming P3 SL verplicht.

    Let op: Bij het vervangen van het filterpakket (stoffilters) moeten alle stoffilters tegelijkertijd worden vervanging. Ook in het P1-filter kunnen schadelijke stoffen achterblijven, zoals asbestvezels.

  3. Voordat men het deksel van de filterkast opent, dient men de filteroverdruk aan te zetten. Zo voorkomt men dat door het openen van de kast stof van het filter kan loskomen.
  4. Bevochtig het stoffilter of gebruik spuitlijm om te voorkomen dat stof bij het uithalen van het filter loskomt.
  5. Nu kan de filteroverdruk unit eventueel uitgeschakeld worden.
  6. Verwijder de filters en verpak doe deze in een deugdelijke, goed af te sluiten verpakking en markeer deze als ‘gevaarlijk afval’. Zorg dat de buitenzijde van deze verpakking schoon is en blijft.
  7. Voer de verpakte filters (aan het einde van het werk) af als ‘gevaarlijk afval’ via de afvalverwerkers van Heijmans óf door deze in de juiste bak te deponeren van de milieustraat op de werf (RM3).
  8. Plaats de nieuwe stoffilters en actiefkoolfilters op de juiste wijze in het filteroverdruksysteem.

    Let op: Nieuwe, nog niet gebruikte actiefkoolfilters moeten luchtdicht verpakt en verzegeld zijn. Daarnaast moeten de filters zo zijn gemaakt dat geen gereedschap nodig is om deze te kunnen wisselen.

  9. De machinist en (R-)DLP-er controleren via het meetsysteem in de cabine of de overdruk voldoende is.
  10. De machinist en (R-)DLP-er noteren de ingebruiknamedatum van de filters in het DLP-logboek én kraanboek.

Wanneer alleen de filters moeten worden verwijderd, zijn alleen stap 1 tot en met 7 van toepassing.